Ontmoet onze kandidaten! Op nummer 4 staat Marjolijn Quint. Marjolijn deed als kind vrijwilligerswerk in het asiel en vond bij dieren de veiligheid die ze thuis miste. Nu staat ze als nummer 4 op de lijst van Vrede voor Dieren, met een persoonlijk verhaal dat de rode draad van de partij scherp neerzet: bescherm wie geen stem heeft.

Wanneer is jouw liefde voor dieren ontstaan?
“Ik ben altijd een dierenliefhebber geweest. Als kind ben ik vrijwilligerswerk gaan doen in het asiel, ik maakte de hondenhokken schoon, of hielp met uitlaten. Thuis voerde ik altijd campagne voor een extra huisdier. Die kreeg ik ook, ik heb een muisje, hamster en cavia gehad en vele parkieten. Later kregen we ook een hond.
Bij dieren kun je echt jezelf zijn. Ze hebben geen verwachtingen van je en accepteren je onvoorwaardelijk. Bij mensen was ik altijd op mijn hoede. Ik had een gewelddadige vader die kon gaan slaan als je iets deed of zei dat hem niet aanstond. Daarom probeerde ik hem altijd tevreden te stellen. Me kleiner te maken dan ik was. Door altijd op mijn hoede te zijn had ik moeite met ontspannen. Maar bij onze hond kon ik troost en ontspanning vinden.
Ik weet nog goed dat mijn vader tegen mijn moeder tekeer ging en we met zijn drieën, de hond, mijn zus en ik trillend op de slaapkamer zaten. Huiselijk geweld gaat het hele gezin aan en iedereen lijdt eronder. Door wat er achter de voordeur gebeurt te bestempelen als ‘privé’ wordt geweld lang niet gezien. Ik vind dat zo onrechtvaardig. Ik weet nog dat mijn zus en ik als kinderen aanklopten bij familieleden, maar niet geloofd werden.”
Wat is volgens jou de rol van de gemeente in het tegengaan van huiselijk geweld?
“De gemeente zou veel meer kunnen doen door te investeren in signaleringsnetwerken. Denk aan buurtcoaches en wijkteams die getraind zijn om signalen van huiselijk geweld te herkennen, niet alleen bij mensen, maar ook bij dieren. Want wat veel mensen niet weten: dierenmishandeling en huiselijk geweld gaan vaak hand in hand. Als een dier in een gezin wordt mishandeld, is de kans groot dat er ook mensen worden mishandeld. En andersom. Dierenartsen, dierenambulances en asielen zien dat dagelijks. Maar die informatie bereikt de hulpverlening nauwelijks, omdat er geen structurele samenwerking is.
Rotterdam zou een ketenaanpak kunnen opzetten waarbij dierenhulpverleners en gezinshulpverleners samen optrekken. Want als je vroeg ingrijpt, bij het dier én bij het gezin, voorkom je escalatie. En dat scheelt uiteindelijk enorm veel leed.
Het is heel belangrijk om ook geweld richting dieren serieus te nemen. Slachtoffers van huiselijk geweld met huisdieren zoeken gemiddeld één jaar later hulp dan slachtoffers zonder huisdieren, omdat ze zich zorgen maken over wat er met hun dier gebeurt, of omdat de pleger dreigt het dier iets aan te doen. Daarom vind ik het ook zo goed dat Sabrina van der Peppel van Vrede voor Dieren ervoor gezorgd heeft dat slachtoffers van huiselijk geweld hun dier mee mogen nemen naar de opvang.”
Hoe ben je uit die situatie gekomen?
“Pas toen ik oud genoeg was om op mezelf te gaan wonen. Ik ben toen naar Schiebroek gegaan. Daar voelde ik me direct thuis, en ik ben nooit meer vertrokken. Inmiddels heb ik een koopwoning en woon ik al 34 jaar in Schiebroek.
Ik heb een opleiding tot dierenartsassistent gedaan. Ik vond het heel leuk om met dieren bezig te zijn, maar ik was er niet helemaal gelukkig, ik miste zelf een dier kunnen helpen.
Toen volgde een periode waarin ik niet helemaal wist wat ik wilde. Viavia kwam ik bij de Gemeente Rotterdam. Ik heb daar verschillende functies gehad, zo werkte ik onder andere aan ‘Plan van herstel’. Een project dat was opgericht om mensen die in de put zaten op weg te helpen. Dat was heel betekenisvol. Het sociale aspect was erg leuk. Bij de Gemeente Rotterdam heb ik lange tijd met plezier gewerkt, totdat ik gezondheidsproblemen kreeg.
Ik kreeg hersenmist. Ik raakte gevoel kwijt in mijn benen, kreeg periodes van lange vermoeidheid. Na veel onderzoek bleek ik de ziekte van Lyme te hebben. Achteraf heb ik die tekenbeet opgelopen tijdens een kanotocht, maar ik heb me dat toen niet beseft.
Het werk bij de gemeente ging echt niet meer. Ik heb toen nagedacht over wat ik echt wil met mijn leven en dat is me inzetten voor dieren. Ik was al bezig met een opleiding tot hondengedragsdeskundige. Dit werk past echt bij mij omdat ik dier en mens kan helpen. Door met de verzorgers van de hond te gaan kijken wat de oorzaak is van probleemgedrag bij de hond zorg ik ervoor dat hond en verzorger elkaar beter gaan begrijpen.
Ik ben ook vrijwilliger geworden bij House of Animals. House of Animals is een organisatie die dierennoodhulp geeft aan dieren in oorlogsgebieden en bedrijven, personen en criminele netwerken ontmaskert die zich schuldig maken aan ernstig dierenleed. Het is geweldig om me met een groep mensen die zich bekommeren om dieren in te zetten voor een betere wereld.”
Waarom heb je besloten je aan te sluiten bij Vrede voor Dieren?
“Je ziet nu bij het huidige kabinet dat het helemaal niet over dieren gaat. Bij Ruud, de lijsttrekker van Vrede voor Dieren, weet ik dat dieren altijd op nummer 1 staan. Dat is bij mij ook zo.
Ik vind de defensie kritische houding van Vrede voor Dieren ook ongelooflijk belangrijk. Geweld los je niet op met geweld maar met zorg voor elkaar. Dat is waar op klein niveau, maar ook op groter niveau. Oorlogen worden beëindigd aan de onderhandelingstafel, niet op het slagveld.
House of Animals doet ook veel werk in Oekraine. Dan zie je filmpjes over hoe asielen worden gebombardeerd, hoe onschuldige jongens met hun leven moeten betalen voor deze oorlog.
Die dieren hebben niks te maken met die oorlog. Het vechten moet echt stoppen.”
Jouw verhaal gaat eigenlijk steeds over hetzelfde: geweld dat in stand gehouden wordt, en de kwetsbaren die daaronder lijden, of het nou een kind is, een dier, of een soldaat in Oekraïne. Is dat ook wat jou drijft in de politiek?
“Ja, dat klopt eigenlijk wel. Of het nou gaat om een kind dat niet geloofd wordt, een dier dat geen stem heeft, of een jongen die naar het front wordt gestuurd, het zijn altijd de kwetsbaren die de prijs betalen voor keuzes die anderen maken. Daarom geloof ik zo in zorg als antwoord. Zorg voor elkaar, voor dieren, voor de natuur. Dat is het antwoord op geweld thuis, op armoede, op oorlog. Zorg is de enige echte oplossing.”
