Marchiano van Campenhout (#2 Vrede voor Dieren) groeide op in een sociaal bewogen gezin in Kralingen, waar hij al vroeg leerde dat mensen elkaar nodig hebben. Eerder zat hij in de gemeenteraad namens Bij1. Zijn rode draad is altijd hetzelfde gebleven: opkomen voor wie geen stem heeft. Nu zet hij die missie door voor dieren.

Marchiano: “Ik zou mijn gezin als divers, gezellig en sociaal omschrijven. Omdat mijn vader een Nederlandse achtergrond heeft en mijn moeder een Surinaamse, bewogen we ons aan verschillende kanten van de multiculturele samenleving. In de multiculturele gedeelte van Kralingen hadden we buren die moeite hadden met de Nederlandse taal. Ze begrepen post van de overheid niet altijd en dan kwamen ze bij ons langs en hielpen mijn ouders hen.
Was het voor jou vanzelfsprekend dat je iets maatschappelijks ging doen?
“Dat niet. Mijn ouders lieten me vrij en ik mocht zelf mijn interesses ontdekken. Ik had een hele goede band met al mijn grootouders. Mijn opa en oma woonden bij ons in de wijk en namen mij ieder jaar mee op vakantie. We gingen vaak naar Griekenland. Het meest is me de vakantie in Turkije bijgebleven. Mijn opa en oma hadden een klik met het personeel van het hotel en die hebben ons toen op tour meegenomen de bergen in. Ik vond het fantastisch om zo op onbekende plekken te komen met lokale mensen die met trots hun omgeving land, stad laten zien door hun ogen. Daarom wilde ik in de toerismesector gaan werken. Uiteindelijk is het daar niet van gekomen.”
Het leven liep toch anders?
Het leven liep anders ja. Na mijn scholierenbaantje bij Den Toom in Kralingen ging ik bij een callcenter werken. Ik heb voor allerlei soorten bedrijven gewerkt. Ik heb een vlotte babbel, dus het werk ging me goed af. Vanuit daar ben ik in de retail beland. Langzaam maar zeker ging dat me steeds meer tegen staan. Ook als je boven de norm presteerde, was het nooit genoeg. Het ging altijd om méér. Ik had toen een goed gesprek met mijn vader, die altijd als ambtenaar bij de gemeente Rotterdam heeft gewerkt. Hij spoorde me aan om op zoek te gaan naar iets wat meer betekenis zou geven. Iets waarin ik iets kon betekenen voor de maatschappij.
En toen ben je incassomedewerker geworden?
Ja, haha. In eerste instantie klinkt dat misschien als iets heel naars. Bij incasso’s denken mensen meestal aan boetes, dwingende brieven, deurwaardes. Maar ik ben incassomedewerker bij een woningbouwcorporatie en die realiteit is heel anders. Onze vraag is altijd: hoe zorgen we ervoor dat iemand zijn woning kan behouden? Niemand betaald zijn huur niet omdat die daar geen zin in heeft, er is dan altijd meer aan de hand. Mijn taak is om met iemand mee te kijken: wat heb je nodig zodat je je huur weer kunt betalen? Soms heeft iemand tijdelijke financiële problemen en zorg je voor goede betaalafspraken. Waar nodig betrek je gemeente, alleen als iemand echt geen hulp wil accepteren en geen afspraken wil maken, gaan we over tot ontruimen.
Dat lijken me best lastige situaties?
“Klopt, maar gelukkig werk ik met een fijn team.
Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar soms is een ontruiming echt het beste om te doen. Ik heb situaties meegemaakt waarbij mensen er van buiten verzorgd uitzagen, terwijl de situatie binnenshuis volledig was ontspoord. Een situatie waarin de meest elementaire dingen in een huis al lang niet meer functioneerden. En toch woonden er mensen, en niet zelden ook heel veel huisdieren op weinig vierkante meter. Op het moment dat we eindelijk konden ingrijpen, met opvang geregeld voor de bewoners, zowel de mensen als de dieren, voelde het als opluchting voor iedereen. Zo zie je ook hoe de problematiek van mensen en dieren vaak verweven is”
Nu het toch over dieren gaat. Voorheen was je Bij1-raadslid en zette je je in voor armoedebestrijding in de stad. Nu sta je op de lijst voor Vrede voor Dieren. Vanwaar die overstap?
“Voor mij is opkomen voor de kwetsbaren altijd mijn drijfveer geweest. Toen ik in de raad kwam had ik meteen een klik met Ruud van der Velden, nu lijsttrekker voor Vrede voor Dieren. Ik merkte dat hij ook die drijfveer had. We hadden veel politieke raakvlakken. Alleen zijn perspectief op dieren was echt nieuw. Door hem ging ik zien dat dieren echt geen enkele stem hebben in ons beleid, maar wel volledig afhankelijk zijn van politieke keuzes. En die keuzes kunnen soms letterlijk gaan over leven of dood als dat bijvoorbeeld gaat over wat we eten of hoe we omgaan met ratten in de stad. Zijn perspectief maakte me bewust van hoe kwetsbaar dieren zijn. En ik geloof dat als we ons beleid zo vormgeven dat we de meest kwetsbaren beschermen, dat we dan goed beleid maken voor iedereen.”
Je zou je dan ook kunnen aansluiten bij Partij voor de Dieren.
“Dat kan. Wat ik fijn vond aan Bij1 en Vrede voor Dieren is de defensie-kritische houding. Die mis ik bij de Partij voor de Dieren. Bovendien geloof ik dat nieuwe partijen goed zijn voor onze democratie. Mensen zijn gewoontedieren en nieuwe partijen kunnen oude gewoontes doorbreken, nieuwe frames in het debat brengen.
En ik vind het een enorm voordeel dat ik nu bij een partij zit die niet landelijk vertegenwoordigd is. Je ziet dat het voor D66 nu super ingewikkeld wordt om kritisch te zijn op bezuinigingen op de zorg, omdat de landelijke partij die bezuinigingen heeft doorgevoerd. Omdat we niet gebonden zijn aan een landelijke partij zijn we vrij om op lokale thema’s standpunten in te nemen die echt bij Rotterdam passen.”
