Begrotingsbijdrage Ruud van der Velden, 13 november
Voorzitter,
Rotterdam is een stad van kracht, diversiteit, van mensen met dromen en uitdagingen. Maar ware kracht toont zich niet in macht of groei, nee, ware kracht toont zich in compassie. Compassie voor de ander. In de bereidheid om je uit te spreken voor vrede, om te leven zonder geweld, en om respect te tonen voor al het leven om ons heen, mens en dier.
En als we spreken over vrede, dan spreken we niet alleen over de afwezigheid van oorlog. Vrede begint hier in onze eigen stad. In hoe we omgaan met elkaar, met de aarde en met de dieren die met ons samenleven. Elke keer dat we een dier met zorg behandelen, elke keer dat we groen beschermen, elke keer dat we kiezen voor samenwerking boven strijd, bouwen we aan een cultuur van vrede.
Zorg voor dieren is zorg voor het leven zelf. Een stad die geweldloos wil zijn, moet dat laten zien in haar beleid, in bijvoorbeeld onderwijs, in bouwprojecten en in hoe we samenleven met dieren. Een stad die ruimte geeft aan vogels, bijen en egels geeft ook ruimte aan compassie, aan menselijkheid. Vrede en geweldloosheid vragen niet om grote woorden, maar om kleine, consequente daden: een boom die niet wordt gepakt, een schoolplein dat wordt vergroeid, een volkstuin die wordt behouden, een vogelmuur in een gebouw of een kind dat leert om met zorg naar dieren te kijken. En als stad hebben wij de morele plicht om geweld, niet alleen tegen mensen, maar ook tegen dieren te voorkomen. Niet alleen in letterlijke zin maar ook in onze keuzes.
Een diervriendelijke stad is een geweldloze stad. Dat betekent het niet doden van dieren, mensen bewust maken van het samenleven met dieren en ruimte voor stadsnatuur waarin alle wezens kunnen leven. Dieren in de natuur zijn geen decorstuk, geen achtergond van ons stadsleven. Zij zijn de stille werkers van ons ecosysteem. Zij bestuiven bloemen, verspreiden zaden en houden onze stad in balans. Zonder hen is er geen natuur en zonder natuur is er geen toekomst.
Wij roepen het college op om vrede als uitgangspunt te nemen in alle beleid. Vrede tussen mensen, vrede met de natuur en vrede met de dieren die ons vergezellen in onze mooie stad. Laat Rotterdam een stad zijn waar compassie leidraad is, waar welzijn belangrijker is groei, waar en waar elk leven telt., mens en dier. Voorzitter, vrede is niet iets dat we hebben, het is iets wat we doen. Elke keuze, elk beleid, elke begroting is een kans om geweldloosheid vorm te geven. Laten we die kans samen grijpen.
Daarom heb ik de volgend motie: Rotterdam, de stad van vrede en geweldloosheid.
De dieren kunnen niet voor zichzelf spreken in deze raad, maar hebben wel belangen. En het is aan ons om die te beschermen.
In de begroting zien we dat vergroening en klimaatadaptatie nadrukkelijk in beeld zijn via de groenagenda 2023-2026. Rotterdam zet stappen naar een meer natuurinclusieve stad. Toch is het thema dierenwelzijn nog onderbelicht. En dat is een gemiste kans. Een stad die mens en dier serieus neemt, investeert niet alleen in bomen en gras, maar ook in leefruimte voor dieren. Daarom vraag ik het college om dierenwelzijn een structurele plek te geven binnen het programma Groen en Klimaat, met meetbare, concrete doelen en een duidelijk budget. Daarom een motie.
De klimaatcrisis is de grootste bedreiging voor mens en dier. De Rotterdamse energietransitie blijft een van de grootste maatschappelijke opgaven van deze tijd. De ambitie om uiterlijk in 2050 fossielvrije woningen te realiseren, vraagt om stevige investeringen in isolatie, hernieuwbare energie en innovatie. Belangrijk is dat Rotterdam de betaalbaarheid van de transitie bewaakt, vooral voor Rotterdammers met een smalle beurs. Ondersteuning is essentieel. (VVe, corporaties, bewonersinitiatieven) Zo wordt de transitie niet alleen technisch maar ook sociaal en ecologisch gedragen. De klimaatcrisis is de grootste bedreiging voor mens en dier. Het klimaat wacht niet op begrotingsruimte. Elke euro die we nu niet in investeren betalen we straks dubbel en dwars terug in schade aan gezondheid, leefomgeving en biodiversiteit.
Kunst en cultuur is voor onze partij van levensbelang. Onze kunstenaars, musea, podia en culturele instellingen geven kleur aan de stad, verbinden bewoners en laten ons nadenken over wie we zijn. De ambitie van een ‘evenwichtig cultureel ecosysteem’ is daarom terecht. Juist in tijden van onzekerheid hebben we cultuur nodig als zuurstof van de samenleving. Via kunst, muziek en verhalen leren we emphatie, ook voor andere levende wezens. Ik roep het college op om te waken voor verschraling van het culturele veld in R’dam. Want een stad zonder voldoende kunst en cultuur is een stad zonder ziel.
Voorzitter, tot slot, de keuze voor vrede en geweldloosheid is de meest radicale daad van kracht die we kunnen stellen. Rotterdam kan het voorbeeld zijn van een stad die niet harder, maar wijzer wordt. Laat vrede groeten in elke straat, moge compassie wonen in elk hart, en moge elke vogel, mens en egel weten: in Rotterdam is plaats voor ons allemaal. Waar we leven respecteren, ontstaat toekomst, en waar we kiezen voor vrede en geweldloosheid, daar bloeit de stad. Laten we dit niet alleen wensen, maar worden.
